Kuhlkerls

De onbekende helden van het zandsteen

De steengroeves (of „Kuhlen“ in het lokale dialect van Bentheim) waren eigendom van de graven van Bentheim. kuhleDe pachters van de steengroeves betaalden een jaarlijkse pacht voor het recht om de groeve te exploiteren. In de hoogtijdagen van de steengroeves, in de 17e en 18e eeuw, toen meer dan 20 steengroeves tegelijk in gebruik waren, waren de steengroeves zelfs de belangrijkste inkomstenbron voor de graven.

Veel namen van de steengroeves herinneren aan de laatste pachter: “Schlüters Kuhle”, “Voskuhle”,etc. Maar het echte werk werd gedaan door de arbeiders, de “Kuhlkerls”. Spalten-eines-Steines-früherAl op hun 14e, na de lagere school, begonnen kinderen te werken in de steengroeves. Behalve in de landbouw waren er ook weinig andere mogelijkheden om geld te verdienen. In de groeves werden grotere en kleinere blokken steen uit de rots gehaald. Met een breekhamer werd eerst op de juiste plek een sleuf in de rots uitgehakt.

Daarin werden dan ijzeren wiggen geslagen, totdat het stuk steen van de rots af brak.
Vervolgens werd de steen met grotere ijzeren stangen losgewrikt, totdat er genoeg ruimte was om er een ketting omheen te leggen en met een lier het blok weg te slepen. Uit de grote blokken werden dan door verdere
splijtingen kleinere blokken op maat gemaakt. Dat was een precisiewerk, want als het blok op de verkeerde plek brak, was het nagenoeg waardeloos geworden.

In de zomer werkten de mannen 11 tot 13 uur per dag. Ze hadden maar een korte middagpauze, waarin hun vrouw of kind een lunchpakket kwam brengen. De Kuhlkerls droegen eenvoudige kleding, klompen en een pet of hoed. Een helm of veiligheidskleding kende men nog niet. Er kwamen regelmatig ongelSpalten-eines-Steines-früher2ukken voor, wanneer b.v. een steenblok weggleed. Maar het gevaarlijkste in de steengroeve was het steenstof. Bij het bewerken van de steen kwam voortdurend stof en splinters vrij, die de mannen dan in ademden. De kleine scherpe deeltjes beschadigden de longen en leiden tot onherstelbare schade in de vorm van stoflongen (silicose). Bij het ademen hoorde je het dan fluiten en piepen. Daarom werd de ziekte ook wel “Kuhlpiep” genoemd.
Veel arbeiders stierven jong, ze werden in de regel niet ouder dan 35-40 jaar. Het achtergebleven gezin, met vaak nog kleine kinderen, werd dan in bittere armoede gedompeld.

'Kuhlkerls': de werkers in de steengroeves

In 1969 is een standbeeld van een ‘KuhlKerl’ geplaatst op de Herrenberg, net naast het kasteel. Er zit een lichte ironie in het beeld: met de duimen achter zijn bretels kijkt hij met een trotse blik naar het kasteel. En inderdaad: zonder deze harde werkers had het kasteel nooit gebouwd kunnen worden.

Of zoals de beroemde Duitse schrijver Bertolt Brecht het verwoordde in zijn gedicht ‘Fragen eines lesenden Arbeiters’:kuhlkerl4

“Wer baute das siebentorige Theben?
In den Büchern stehen die Namen von Königen.
Haben die Könige die Felsbrocken herbeigeschleppt?”

Overal in de stad kun je nog steeds het resultaat van het harde werken van de Kuhlkerls zien. Bij een stadsrondleiding laten we die plekken zien.

 

 

Dit artikel komt van vlag-NL
© 2016 Bentheim.Info
www.bentheim.info

Please wait while you are redirected...or Click Here if you do not want to wait.